This aggression will not stand!

Onlangs heb ik me laten gaan in een (blog)discussie over de rol van vrouwenthrillers in thrillerland. Los van wat likes en ‘goed zo’ van enkele vrouwen, leverde het voornamelijk ergernis op bij mensen, lees: vrouwen. Tot mijn grote verbazing.

Het heeft geen zin

Onder het motto ‘Het heeft toch geen zin’ lieten sommigen mij weten dat ik vooral bezig was met een heilloze missie en mezelf voor gek zette. De afgelopen dagen heb ik het laten bezinken. Want een beetje reflectief vermogen bezit ik ook nog wel. Hadden ‘ze’ gelijk? Verspilde ik mijn energie aan iets wat geen zin had? Had ik me voor het karretje laten spannen van een stelletjes testosteronmannen die achter mijn rug nu hard lachten om dat gekke mens dat erin getuind was?
Ik merkte, traag maar gestaag, dat ik door dit hele gedoe de kranten en alles wat voorbij kwam in Social Media met een andere bril ging lezen. Eerder beschouwde ik mezelf helemaal niet als ontzettend feministisch. Ik dacht er eerlijk gezegd niet eens echt over na. Pas door me te bemoeien met dit onderwerp, ging er een lampje ergens branden dat met de dag feller werd.
Ik las de afgelopen dagen bijvoorbeeld een interview met Marianne Thieme waarin ze zegt dat anno 2019 in de Tweede Kamer een debat tussen vrouwen een catfight werd genoemd. Iets wat bij een debat tussen mannen never nooit gebeurt. En ik las een interview met dj Lex Harding die bijna trots beweerde dat er in zijn Veronicadagen geen enkele vrouwenkont was waarin hij niét geknepen had. En dat we daar niet over moeten zeiken.

Klap op de vuurpijl

De klap op de vuurpijl kwam vandaag, zondag 10 maart. En het is de reden waarom ik dit nu schrijf, en besloten heb, wat anderen ook zeggen, erover door te zeiken. Tot het einde der dagen.
Wat gebeurde er? Ik ging bij mijn dochter (ze is 18) op bed zitten die, na een nacht stappen met een vriendin, net een beetje wakker aan het worden was.
’Hoe was het?’ vroeg ik.
‘Wel leuk,’ antwoordde ze. Waarop ze ongemakkelijk grinnikte en vervolgens ontsteld zei: ‘Er heeft drie keer iemand aan m’n billen gezeten!’
‘Heb je ze geslagen?’ was mijn primaire reactie.
Dat had ze niet. Drie keer had een jongen aan haar billen gezeten. Een keer had ze zich omgedraaid en de dichtstbijzijnde jongen in zijn nek gepakt en gevraagd: ‘Deed jij dat?’ Waarop hij lachend antwoordde: ‘De eerste keer was het iemand anders, net deed ik het. Vind je dat erg dan?’ Dat vroeg hij echt. Vind je dat erg. Waanzin. ‘Wil je dat nooit meer doen?’ beet mijn dochter hem toe en liep weg.

Flashback

Ik kreeg instant een flashback naar mijn eigen jeugdjaren. Ontelbare keren ben ik in mijn billen geknepen, streek er ‘per ongeluk’ een hand langs mijn rug/nek/dij. Greep iemand me bij mijn borsten om vervolgens lachend weg te lopen. Voelde ik in de drukte iemands kruis niet noodzakelijk stevig tegen mijn billen drukken. Nooit was ik zo dapper als mijn dochter. Ik ben trots dat zij in ieder geval van zich afbijt. Maar wat ik wil, is dat het niet meer gebeurt. Ik wil dat jongens/mannen snappen dat het fout is. Megafout.

I have a dream

Zolang dit soort dingen gebeuren, blijf ik in discussie gaan. Of het nu gaat over denigrerend gelul (ja, bewuste woordkeuze) in de context van vrouwenthillers, of over wat dan ook, ik zwijg niet. Ook niet als andere vrouwen daarvoor kiezen. Want al die voorvallen zijn in de kern met elkaar verbonden. Er ligt een al dan niet bewuste visie op vrouwen aan ten grondslag, die niet getolereerd mag worden, die te vaak leidt tot grensoverschrijdend gedrag, in woord of daad. Ik schreef ergens in een eerdere facebookreactie al: als iedereen zo denkt (‘Het heeft toch geen zin’), waren alle negers nog slaven, en zaten alle homo’s nog in de kast. En dan blijven mannen billen knijpen en vrouwen aanraken zonder hun toestemming. Ik wil dat niet, ik wil dat als mijn dochter mijn leeftijd bereikt heeft, háár dochter op de vraag hoe het was bij het uitgaan, niets meer hoeft te vertellen over jongens die haar ongewenst aanraakten. Ik wil dat ze tegen die tijd tegen de oude verrimpelde versie van mij kan zeggen: ‘Weet je nog mam, vroeger?’ En dat ik dan knik en denk: ‘Vroeger, toen niet alles beter was, ik weet het nog. Gelukkig is dat voorbij’.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.