Wederopstanding

Als klein meisje verheugde ik mij op de kerst, want dan gingen we fonduen (de jaren 70 versie van gourmetten… ). Kerst was bij ons een kerstboom met gekleurde lampjes, mooie kleding aan die vreselijk zat, je vervelen, en fonduen dus. En o ja, een flonkerende kerstster voor het raam.
Geloof het of niet, maar als non-religieus opgegroeid meisje, inclusief openbare school en een compleet gebrek aan gelovigen om mij heen, had ik pas veel en veel later door dat kerstmis iets met een geloof te maken had.
Niet dat het veel uitmaakte, want ik geloofde niet in een God. Dus bleef kerst wat het was: een feest met een boom en lekker eten. Er zijn ook jaren geweest dat ik niets deed met kerst. Ik vond het maar overdreven consumentistisch gedoe.

Toen kreeg ik kinderen, en in de beginjaren werd kerst daardoor vooral een stressvolle tijd. Kerstdiners op school, familiebezoek (dubbel: eigen- en schoonouders, want tja, dat vinden zij zo gezellig), en in ere herstellen van een traditie: een mooie boom, kleurige lampjes en lekker eten. Die nette kleding lukte meestal niet, maar de rest wel.
En nu is het 2018. De kinderen zijn 14 en 18, de man is een andere dus de schoonfamilie ook. En kerst is er nog steeds.
En vandaag, de 24e, ik ben even alleen thuis na de horror van het boodschappen doen, en ik kijk naar de kerstboom. Dankzij dochterlief is hij prachtig versierd. Ik denk aan waar kerstmis eigenlijk voor staat. Ik denk aan de geboorte van een kindje (oké, die niet daadwerkelijk in december geboren is, maar we vieren het nu wel). Een kindje dat de hoop voor de mensheid vertegenwoordigt. Noem hem Jezus, noem hem hoe je wilt. Voor mijn part is hij gender- en klimaatneutraal, maar punt is dat er ooit iemand was die de mensheid verbond. Iemand waar je in kunt geloven of niet.

Maar ik zie hem niet. Niet bij mijn boom, niet bij anderen. Niet in onze samenleving. En ik bedoel uiteraard niet letterlijk. Zo ver ben ik nog niet van het padje af. Ik bedoel: geloven we nog wel in kerst? In dat samenzijn en in de hoop van nieuw leven dat ons allen verbindt? Als klein meisje had ik een excuus, ik wist niets, ik kreeg geen uitleg. Nu, als volwassen vrouw met ook nog een theologiestudie achter de kiezen, kan ik me niet meer verbergen achter onwetendheid. En wat mij betreft is toenemende ongelovigheid ook geen excuus. Waarom zou je niet geloven in iemand die ons wil verbinden? We hebben toch ook een koning die ons verbindt? En nu niet iets zeggen over iemand die wel of niet echt bestaat, dat is niet het punt. Het punt is dat ik om me heen kijk en de wereld beetje bij beetje uiteen zie vallen. Punt is dat we soms iets nodig hebben dat ons samenbrengt, iets dat een boom en lekker eten overstijgt. Iets dat ons boven onszelf uit tilt.

De afgelopen twee maanden was er (en het loopt nog steeds) een ononderbroken dienst in het buurt- en kerkhuis Bethel in Den Haag, om uitzetting van een Armeens gezin te voorkomen. Dát is Jezus. Dát is hoop. Dát is kerst, zonder dat het 25 december is. Dat wil ik, dat gevoel, ook al is het alleen maar met kerst. Dat is in ieder geval een start.
Flauw? Naïef? Zeikerig? Misschien. Maar cynisme is er al genoeg (ik heb er ook bergen van).
Ik kijk naar de kerststal die in onze vensterbank staat, en naar het historisch foutieve witte baby’tje erin. Het maakt niet uit. Hij ligt er. Ik pleit bij deze voor een rehabilitatie van Jezus, ook als je niet gelooft. Een soort wederopstanding. Misschien in iets andere vorm en minder letterlijk dan oorspronkelijk bedoelt, maar hé, we moeten ergens beginnen, toch?